Yoğor

Geopoeia
Jump to: navigation, search

Yoğor (Maxĩn-Wacamakalit: Swiqipyk; Sambeeks: Jŏŏr, Holgun: Jõhor) is een land in het oosten van Demani in Taratai.

DEZE PAGINA IS NOG IN AANBOUW.

   Yoğor
land in Taratai op Durdaste

hoofdstad: Harbhɩr

staatshoofd: de 35e Dhao Lhaɂa

oppervlakte: 181.700 km²

bevolking: 456.000 (2,5 inw/km²)

talen: Yongorisch (Hsue Talen), Klassiek Hsue, minderheidstalen.

volkeren: Yoğoriërs (Hsue), minderheden.

levensbeschouwing: Irshanisme

vlag:
Yogorvlag.png

naam

float

Oorspronkelijk verwees de naam "Yoğor" (Klassiek Hsue: Huur ) naar het gehele gebied waarin de Hsue de overgrote meerderheid vormden tot ruim in de 64 eeuw. Het huidige land Yoğor is alleen het noordelijke deel daarvan. Het zuidelijke deel staat bekend als Zuid-Yoğor en maakt deel uit van Sambekistan. Het land Yoğor is - in geografisch opzicht - dus eigenlijk "Noord-Yoğor". Tegenwoordig wordt meestal de naam "Groot-Yoğor" gebruikt om te verwijzen naar het oorspronkelijke Yoğor; d.w.z. het gebied dat zowel het land Yoğor als de regio Zuid-Yoğor omvat.

geografie

geschiedenis

IN AANBOUW.

Zie ook Hsue.

Gekopieerd van Deimiongistische Broederschap:

Rond 7270 werden de geschriften van Godjaver Phuvmanuş in Yoğor geïntroduceerd en vertaald in het Klassiek Hsue (en veel later ook in het Jongorisch). Via de radicale Irghum kloosters verspreidden Phuvmanuş' ideeën geleidelijk door een deel van de Irghum lekenbewegingen, hetgeen tot een radicalisering van het verzet tegen clanhoofden en andere (effectieve) grootgrondbezitters zoals sommige kloosters leidde. In reactie daarop verbood de 31e Dhao Lhaɂa in 7298 alle lekenbewegingen en de geschriften van Phuvmanuş. Dit bleek een ernstige inschattingsfout. Het leidde tot een burgeroorlog waarin het merendeel van de kleine en middelgrote kloosters de zijde van het volk en de lekenbewegingen kozen. Een deel van de monniken in de grotere kloosters keerden zich tegen hun kloosteroversten en ook de clanhoofden kampten met overlopers en desertie. Tot openlijke strijd kwam het slechts in een klein aantal locaties. Binnen een paar maanden werd de Dhao Lhaɂa gedwongen zijn verboden in te trekken en een aantal veranderingen te maken in het landsbestuur. Na de burgeroorlog gingen een deel van de lekenbewegingen samen en vormden de Deimiongistische Broederschap. Aangezien dit een wat geleidelijk proces was is een precieze oprichtingsdatum echter niet te bepalen.

bestuur

Het huidige bestuurlijke systeem van Yoğor is ingevoerd na de burgeroorlog van 7298 en is ontstaan uit een compromis tussen de daarbij betrokken partijen.

clans en clanhoofden: Luqŭan en Qŭancxao

Iedere Yoğoriër is lid van een clan, Luqŭan (Klassiek Hsue Hsu Kpuan ). Oorspronkelijk waren de clans gebaseerd op verwantschap, maar al vele eeuwen geleden is de verdeling in clans geografisch van aard. In de praktijk zijn de "clans" dan ook eerder districten dan clans in een letterlijke zin.

Aan het hoofd van een clan/district staat de Qŭancxao (Kpuan Tao ). De Qŭancxao is belast met het dagelijks bestuur van het gebied van de clan en de bevolking daarin, zoals belasting-inning, (onderhoud aan) openbare werken, openbare veiligheid, opbouw van voedselreserves (voor tijden van misoogst), voedselvoorziening voor de armen, de beslechting van geschillen, enzovoorts. De Qŭancxao bepaalt zelf wie zijn of haar opvolger wordt (meestal een zoon of dochter).

De Qŭancxao is afhankelijk van de steun van kloosteroversten/hoofdpriesters Rhoźen en andere invloedrijke personen in zijn of haar gebied. (Een letterlijke vertaling van Rhoźen in het Klassiek Hsue is Hyu Hyuan , maar de Klassieke term voor kloosteroverste is alleen het tweede karakter in dat woord: Hyuan .) Als de Qŭancxao (meestal wegens wanbeleid) die steun verliest kan iemand zijn/haar leiderschap betwisten. Als die pretendent snel massale steun verwerft, dan is er meestal een betrekkelijk soepele overgang van de oude Qŭancxao naar de nieuwe, maar dergelijke situaties zijn uitzonderlijk. Meestal is er een periode waarin de zittende Qŭancxao en de pretendent of pretendenten steun proberen te verwerven, en dikwijls wordt de strijd uiteindelijk met geweld beslecht. Naburige clans/districten mengen zich vaak in de strijd en nemen soms zelfs de controle in een clan/district over als de situatie aldaar te chaotisch wordt. Soms is het resultaat van de strijd tussen zittende Qŭancxao en de pretendent of pretendenten dat een clan/district wordt verdeeld, en te kleine clans (naar het oordeel van de regering) worden soms samengevoegd, hetgeen meestal ook tot conflict leidt.

het staatshoofd: de Dhao Lhaɂa en plaatsvervangers

Referencearrow.png Hoofdartikel: Dhao Lhaɂa

Staatshoofd van Yoğor is (indien volwassen) de Dhao Lhaɂa (Bhao Xaa , "oceaan van wijsheid") die voor het leven wordt benoemd door de Dhaolhaɂaþŭabaağar (Bhao Xaa Vua Ngaar , "Dhao Lhaɂa zoek commissie"). De Dhaolhaɂaþŭabaağar, meestal verkort tot "Dhaobaağar", bestaat uit tenminste 19 en ten hoogste 31 Rhoźen (kloosteroversten/hoofdpriesters), die worden benoemd door de Dhaobaağar zelf. Onmiddellijk na overlijden van de Dhao Lhaɂa begint de zoektocht naar de volgende Dhao Lhaɂa. Selectiecriteria zijn alleen bekend aan de leden van de Dhaobaağar, maar in het algemeen wordt een schijnbaar intelligente jongen of meisje van rond de 10 jaar oud als nieuwe Dhao Lhaɂa. De Dhaobaağar besluit daarna over de verder opleiding van de nieuwe Dhao Lhaɂa totdat deze de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, op welk moment hij of zij formeel staatshoofd van Yoğor wordt. Zodra de Dhao Lhaɂa in functie is kan hij of zij ook leden van de Dhaobaağar benoemen.

Op dezelfde wijze selecteert en benoemt de Dhaobaağar de Dhyɩr Lhaɂa (Dhiir Xaa , "oceaan van rechtvaardigheid"). Indien de Dhyɩr Lhaɂa volwassen is (d.w.z. 20 jaar of ouder) en er geen fungerende Dhao Lhaɂa is (omdat deze net is overleden of nog niet volwassen is), is de Dhyɩr Lhaɂa plaatsvervangend staatshoofd. Als er noch een volwassen Dhao Lhaɂa noch een volwassen Dhyɩr Lhaɂa is benoemt de Dhaobaağar een regent (zonder formele titel).

de regering: Gyenbaağar

De regering van Yoğor, Gyenbaağar (Gyian Ngaar ), bestaat uit de Dhao Lhaɂa, de Dhyɩr Lhaɂa, 2 leden benoemd door de Dhao Lhaɂa, 1 lid benoemd (en ontslagen) door de Dhyɩr Lhaɂa, 1 lid benoemd (en ontslagen) door de Dhaobaağar, en 2 leden benoemd (en ontslagen) door de Qŭanbaağar (Kpuan Ngaar ), het parlement. De Dhao Lhaɂa zit de regering voor, kan regeringsleden (behalve de Dhyɩr Lhaɂa) ontslaan, en besluit indien de stemmen staken.

De regering fungeert zowel als wetgevende als uitvoerende macht.

het parlement: Qŭanbaağar

Het parlement, Qŭanbaağar (Kpuan Ngaar , "clan-raad"), bestaat uit vertegenwoordigers van de clans/disricten (Luqŭan), meestal een zoon, dochter of andere vertrouweling van de Qŭancxao (clan-hoofd). Het parlement adviseert de regering en kan een veto uitspreken over besluiten inclusief nieuwe wetten van de regering. (De regering kan daarna eventueel in beroep gaan bij de Dhaobaağar.)

de religieuze raad: Dhaobaağar

De Dhaobaağar, voluit Dhaolhaɂaþŭabaağar (Bhao Xaa Vua Ngaar , "Dhao Lhaɂa zoek commissie"), selecteert en benoemt de Dhao Lhaɂa en de Dhyɩr Lhaɂa (zie boven en een derde lid van de regering, en fungeert daarnaast als hoogste rechterlijke orgaan. De regering kan in beroep gaan bij de Dhaobaağar tegen een veto door het parlement , en burgers (en anderen) kunnen (in heel specifieke, en in de praktijk tamelijk uitzonderlijke gevallen) in beroep gaan tegen rechterlijke uitspraken.)

De Dhaobaağar bestaat uit tenminste 19 en ten hoogste 31 Rhoźen (kloosteroversten/hoofdpriesters). Leden van de Dhaobaağar worden benoemd door de Dhaobaağar zelf of door de Dhao Lhaɂa of de Dhyɩr Lhaɂa. Leden kunnen alleen worden ontslagen indien er een twee-derde meerderheid van de overige leden voor ontslag stemt en zowel de Dhao Lhaɂa als de Dhyɩr Lhaɂa instemmen met ontslag, maar dit komt slechts uiterst zelden voor. In de praktijk worden leden van de Dhaobaağar gekozen voor het leven. Vrijwel zonder uitzondering zijn de leden van de Dhaobaağar oversten van grote, prestigieuze kloosters.

rechtspraak

defensie

economie