Port de Boiguehenneuc

Geopoeia
Jump to: navigation, search
En.gif

Port de Boiguehenneuc is de hoofdstad van Île de Romanhe (en wordt in de volksmond meestal Bwaazje genoemd). De stad heeft ongeveer 40.000 inwoners en werd in 1861 als nederzetting door Pierre L`Augurque gesticht om de Franse souvereiniteit over Île de Boiguehenneuc te bevestigen (tot 1871 heette deze nederzetting overigens Port Napoleon). Tot in de jaren twintig van de 20e eeuw had Port de Boiguehenneuc niet meer dan een duizendtal inwoners, vooral soldaten, Franse ambtenaren, gedeporteerde strafgevangenen en wat vissers. Na de opheffing van het verbod voor Ilja Romanen om in de nederzetting te wonen, groeide de bevolking krachtig. In 1939 werd een groot gedeelte van de stad door een vulkaanuitbarsting verwoest. Er zijn plannen voor een uitgebreide stadsvernieuwing, maar de uitvoer hiervan verloopt traag en een goede stadsplanering ontbreekt vaak. De meeste nieuwe wijken van de stad, zoals bijvoorbeeld Garaozan, Dozoir en Cité de la Poubelle zijn sloppenwijken die achteraf een officiële status hebben gekregen.

Port de Boiguehenneuc bestaat uit zeven gedeelten; Centre, Fez-en-Bwaazje, Sur-les-Dulmes-de-Bernard, Quatre Maisons, Garaozan, Cité de la Poubelle en Dozoir.

Port de Boiguehenneuc is de hoofdstad van Île de Romanhe (en feitelijk ook, gezien de inwoneraantallen van de overige plaatsen in dit volkarme land, de enige werkelijke stad van het land) en werd in 1861 door de Franse expeditieleider en ontdekkingsreiziger Pierre L´Augurque als nederzetting gesticht om de Franse souvereiniteit over dit eiland in de zuidelijke Indische Oceaan te bevestigen. Deze nederzetting (die tot 1871 overigens Port de Napoleon heette) was in de eerste jaren niet meer dan een verzameling gebouwtjes in de modder aan de Baie des Morses en werd voornamelijk bevolkt door een handjevol Franse soldaten, wat aan land achtergelaten zeelui en vissers en een enkele verdwaalde zendeling. Later, na de val van het Franse keizerrijk, kwamen daar nog gedeporteerde strafgevangenen, zwervers en bedelaars uit Frankrijk bij, maar pas in de jaren twintig van de eeuw daarna, toen het verbod voor de inheemse bevolking om zich in Port de Boiguehenneuc te vestigen opgeheven werd, begon de nederzetting meer inhoud aan het woord stad te geven. Port de Boiguehenneuc groeide van nog geen 2000 inwoners in 1930 tot 4000 in 1950, 15000 in 1980 tot ruim 35000 anno 2012 en waarschijnlijk meer dan zestigduizend in 2040. De explosieve groei van de Ilja Romaanse hoofdstad heeft tot de nodige infrastructurele problemen geleid. Ofschoon een hoofdstad in miniatuur, is de indruk van een willekeurige bezoeker ongetwijfeld die van een middelgrote, lawaaierige Afrikaanse stad. Bussen, auto´s fietsen, karren en voetgangers doen hun best om zich toeterend en schreeuwend een weg te banen door de tamelijk smalle straten en pleinen in het centrum. Aangezien de bouw van nieuwe huizen maar langzaam verloopt, is de overbevolking groot en de huren zijn de laatste paar jaar aanzienlijk omhoog gegaan. Veel nieuwe bewoners van Port de Boiguehenneuc, zojuist aangekomen in de “grote stad” op zoek naar werk, inkomst en een beter leven, zien zich gedwongen om hun toevlucht in de sloppenwijken aan de rand van de stad te zoeken. Zo ontstonden de wijken Fez-en-Bwaazje (wat Ilja Romaans verbasterd Frans is voor; ga-naar-Bwaazje), Garaozan, waar zich in de jaren twintig en dertig de eerste Ilja Romaanse inwoners vestigden, en later in de jaren tachtig, Cité de la Poubelle.

Bwaazje, zo wordt Port de Boiguehenneuc in de volksmond genoemd, Bwaazje la Belle, of spottend Port la Poubelle. In deze twee namen komt de haat-liefdeverhouding die de meeste Bwaazjois met hun rommelige en vieze stad stad hebben wel het beste tot uitdrukking. In de afgelopen tien jaar heeft de gemeente evenwel een gedeelte van de sloppen vervangen door huizen en is de infrastructuur sterk verbeterd. Fez-en-Bwaazje is hiervan een goed voorbeeld. Anno 2012 is deze wijk veranderd in een populair gedeelte van de stad langs het strand met restaurants, café´s en winkels. Helaas betekent dit dat veel van de oorspronkelijke bewoners niet meer hun huur kunnen betalen en dus gedwongen zijn om te verhuizen naar goedkopere wijken zoals naar Cité de la Poubelle ten zuidoosten van Port de Boiguehenneuc, verborgen achter het havengebied. Op deze voormalige vuilnisstortplaats (hoewel, voormalig.....) vestigden zich in de jaren tachtig en negentig enkele duizenden mensen die in hun levensonderhoud voorzagen door afval te sorteren en te verkopen. Maar tegenwoordig is ook een gedeelte van Cité de la Poubelle gesaneerd en voorzien van waterleiding, riolering en electriciteit. Er zijn huizen en straten aangelegd en veel van de mensen die destijds op de vuilnisbelt leefden hebben eigendomsrecht gekregen op een stukje grond in dit gebied en het huis dat zij daarop gebouwd hebben. Om de alsmaar toenemende bevolking te kunnen huisvesten is thans een geheel nieuwe buitenwijk in aanbouw, gelegen tussen het dorpje Quatre Maisons, het Lac de Kaozan en de wijk Garaozan. De nog onvoltooide Rue JF Sirkit Sept mondt momenteel nog uit in een modderige zandvlakte met kranen en betonmolens, maar hier verrijzen in hoog tempo goedkope huurflats en langs het water villa´s voor de wat meer welbestelden.

Ook in de binnenstad, Centre, wordt er gebouwd en gerenoveerd, hoewel het hier erg langzaam gaat. Oorspronkelijk was de gedachte dat een groot deel van de binnenstad eenvoudigweg gesloopt moest worden en vervangen door functionele nieuwbouw. Geldgebrek en protesten van de bevolking zorgden er echter voor dat veel van de historische (d.w.z. uit de jaren dertig en veertig daterende) bebouwing thans op de lijst staat voor renovering. Centre is rommelig, lawaaierig en druk en dit geldt in nog grotere mate voor het gebied rondom het busstation. Hier is het van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat een voortdurend komen en gaan van bussen en reizigers die zich vervolgens door de nauwe straten persen op weg naar hun bestemming elders. Tweehonderd meter daarvandaan ligt Place de la Liberté met de betonnen kathedraal Saint Niklas als belangrijkste bezienswaardigheid. Vanuit Place de la Liberté lopen enkele wat bredere straten met villa´s en ambassades. Rue de l´ indépendance loopt parallel aan de kust vanaf de haven tot aan Parc du Sport. Langs deze weg zijn de meeste regeringsgebouwen te vinden, het nationaal museum, alsmede het presidentieel paleis. Vlakbij het presidentieel paleis staat ook het voetbalstadion. In het weekeinde is het hier meestal zwart van de mensen en degenen die niet van voetbal houden kunnen zich dan maar beter op het nabijgelegen strand vermaken of het veerpontje naar Île de Brekk nemen. Op dit eilandje is een uitzichtpunt (Brekk betekent heuvel), maar er zijn ook allerlei uitgaansgelegenheden te vinden en op mooie zomerdagen wemelt het hier van de families met kinderen.

De wijk met ietwat merkwaardige naam Sur-les Dulmes-de-Bernard is het stadsdeel voor de meer welbestelden onder de hoofdstedelijke bevolking. De naam heeft het stadsdeel te danken aan een voormalige gouverneur uit de jaren zeventig, verantwoordelijk voor de bouw van dit stadsdeel. Hier bestaat de bebouwing meest uit ommuurde villa´s, zijn de straten netjes geasfalteerd, wordt de vuilnis regelmatig opgehaald en zelfs lijkt het alsof de electriciteit hier wat minder vaak uitvalt dan in andere stadsdelen. In deze wijk is ook ´s lands enige universiteit te vinden, een complex bestaande uit een aantal faculteitsgebouwen en een internaat voor de studenten. Steekt men vervolgens de drukke Rue des Quatre Maisons over belandt men in de wijk Garaozan. Het contrast kon nauwelijks groter zijn. Garaozan ontstond in de jaren dertig en veertig als sloppenwijk voor de eerste Ilja Romaanse inwoners, maar werd door de uitbarsting van de nabijgelegen vulkaan Piton des Grandes Feux in 1939 zwaar getroffen. Er lijkt sinds de heropbouw in de jaren vijftig ogenschijnlijk niet veel veranderd te zijn, maar zoals wel vaker bedriegt de schijn. De handelsgeest onder de inwoners van deze wijk is springlevend. Tja, wat doe je als andere mogelijkheden om in je levensonderhoud te voorzien wel erg beperkt zijn. Garaozan grenst weliswaar aan de haven en een zone industrielle en de veelal Chinese textielfabrieken daar bieden werk aan enkele honderden mensen, maar de meeste (werkloze) inwoners van Garaozan moeten het maar zelf uitzoeken en dat doen ze dan ook. De dagelijkse markt van Garaozan is wereldberoemd (of berucht) in geheel Île de Romanhe. Hier is van alles te koop, zij het dat de meeste handelswaar uit goedkope geimporteerde kopieën bestaat. De argeloze bezoeker wordt bovendien overspoeld met allerlei “speciale” aanbiedingen voor een “vriendenprijsje”. Op de markt van Garaozan kan met de juiste kontakten van alles geregeld worden. Wat te denken van een gearrangeerde knokpartij met Franse militairen in de kroeg, speciaal voor toeristen die verder alles al beleefd hebben. Dozoir ontstond als een sloppenwijk en kreeg kort geleden een officiële status en ziet er een beetje uit als Garaozan. Tenslotte is er de wijk Quatre Maisons, dat wil zeggen het voormalige dorp Quatre Maisons (en oorspronkelijk niet veel groter dan de naam aangeeft), maar nu vastgegroeid aan de hoofdstad door het nieuwe stadsdeel dat daar tussenin oprijst. Ook hier hebben zich de laatste jaren tal van nieuwe Bwaazjois gevestigd. Er zijn wat fabrieken, maar door de ligging aan het Lac Kaozan lijkt het vooral populair te worden bij de wat meer welgestelden die hier villa´s hebben laten bouwen. Daar zouden we het wat Bwaazje la Belle of Port la Poubelle betreft bij kunnen laten, ware het niet dat het gebied tussen Quatre Maisons en de zone industrielle, enkele kilometers naar het noorden, al weer gekoloniseerd dreigt te worden door de volgende golf van nieuwe Bwaazjois op zoek naar een leven in de “grote stad”.