Irshanisme

Geopoeia
Jump to: navigation, search
En.gif
Deel van een serie over het Irshanisme.

Irshanisme is een religie en filosofie gesticht door Yrczuan in Gorogir in de 55e eeuw. Yrczuan's gedachtegoed was gericht op het overkomen van het lijden dat voortkomt uit de angst voor de dood door te realiseren dat de zelf (die sterft) een illusie is. Volgens Yrczuan is lijden inherent slecht en de angst voor de dood is de diepste vorm van lijden. In de bijna twee millennia sinds Yrczuan leefde is zijn gedachtegoed door een groot aantal volgelingen in verschillende richtingen ontwikkeld. Deels vanwege externe omstandigheden heeft dit uiteindelijk geleid tot twee scholen, waarvan er één verdeeld is in twee sektes. De Irghum school is vooral gericht op compassie. De Kpoho sekte van de Ndandai school gelooft dat trouw beloven aan Sziabhian het eeuwige leven garandeert, en de Jokpin sekte van diezelfde school concentreert zich op het tegengaan en onderdrukken van angst in al zijn vormen.

Het Irshanisme is naar Taratai gebracht door de Hsue en is nog steeds de dominante religie van dat volk (inclusief de omvangrijke Hsue Diaspora. Daarnaast de religie wortel geschoten in andere delen van Taratai zoals het zuiden van Amagome en het noorden van Utai.


Irshanisme
religie in Taratai
scholen/sektes:

verspreidingsgebied: Carcuŋŭatu, Hirrië, Oost-Kuanga, Sambekistan, Taratur, Urkheyen, West-Kuanga, Yoğor en elders als minderheidsreligie. (Zie Statistiek van het Irshanisme.)

belangrijke personen:
(historisch/mythisch) Yrczuan, Sziabhian, Uengyei, Szueng Tiongmuan.
(functies/levend) de 35e Dhao Lhaɂa, Zuidelijke Ngandia, Noordelijke Ngandia, ...

naam

Het Irshanisme is vernoemd naar de oprichter Yrczuan  (/ɻ̩ʈ͡ʂu̯ɑn/, soms geschreven als Irshan), die in de tweede helft van de 55e eeuw in het oorspronkelijke thuisland van de Hsue in Gorogir leefde. (De naam "Yrczuan" betekent letterlijk "diepzinnige neushoorn".) In de meeste talen van Taratai is de naam voor het Irshanisme afgeleid van de naam van de stichter, meestal aangepast aan de fonologie van betreffende taal.

De naam "Irshanisme" in verschillende talen hier toe te voegen.

Cefalu: Irexanixu 

Tromaans: Orçhanipe 

geschiedenis

Referencearrow.png Hoofdartikel: Chronologie van het Irshanisme

Yrczuan, de grondlegger van het Irshanisme, leefde in de tweede helft van de 55e eeuw. Na zijn dood hielden zijn volgelingen zich bezig met het verspreiden van zijn ideeën en het opschrijven (en canoniseren) van wat zij zich herinnerden van Yrczuan's toespraken. Yrczuan schreef zelf nooit wat. De canonieke versies van toespraken opgeschreven door zijn volgelingen worden "Huur"  genoemd. Het is onbekend hoeveel Huur er precies zijn, maar vrijwel zeker zijn er veel verloren gegaan in de 59e eeuw toen de Hsue verdreven werden door de Udumanen en na een lange reis uiteindelijk in Zuid-Yoğor (in het huidige Sambekistan) terecht kwamen.

(uit te breiden)

belangrijkste overtuigingen

Een wat karikaturale, ultrakorte samenvatting van Yrczuan's gedachtegoed is dat dat is gericht op het overkomen van het leiden dat voortkomt uit de angst voor de dood door te realiseren dat de zelf (die sterft) een illusie is. Volgens Yrczuan is lijden inherent slecht en de angst voor de dood is de diepste vorm van lijden. Hij ontwikkelde dit idee verder tegen een achtergrond van een traditioneel Hsue geloof dat de ziel oplost in het niets na de dood, tenzij de ziel op de juiste manier getraind is. Yrczuan ontkende het bestaan van een ziel als iets dat een persoon/zelf definieert en als iets dat onveranderlijk is. Alles is impermanent, en niets heeft een zelf-definiërende essentie, en derhalve zijn de grenzen die we trekken tussen dingen, maar ook en vooral tussen onszelf en anderen, illusoir. De weg naar het overkomen van angst en leiden is dit te realiseren: geen-angst volgt geen-begoocheling. Echter, geen-begoocheling vereist het realiseren van de kunstmatigheid van de grenzen tussen dingen en tussen de zelf en anderen, en deze realisatie is geen-scheiding. In andere woorden, geen-begoocheling en geen-scheiding leiden tot en versterken elkaar, en leiden gezamenlijk tot geen-angst. (Dit is overigens niet zo heel duidelijk in Yrczuan's toespraken zelf terug te vinden, maar is de kern van de De Drie Bloemen van de Ware Leer, één van de invloedrijkste ideeën ontwikkeld in de scholastieke periode na Yrczuan's dood.)

scholen en sektes

Referencearrow.png Hoofdartikel: Vergelijking van de Irshanistische Scholen en Sektes

Verschillende scholen en sektes interpreteren delen van Yrczuan's gedachtegoed op verschillende wijze en benadrukken verschillende aspecten. De Irghum school (Yr Hyum Kio , "Nieuwe Bloem School") benadrukt geen-scheiding, hetgeen zij vooral opvatten als een oproep tot compassie. De Jokpin sekte (, "Geen Angst") van de Ndandai school (Ndan Dhae Kio , "Eeuwige Wet School") benadrukt geen-angst, hetgeen zij interpreteren als de controle van elke soort angst. De andere sekte van Ndandae, de Kpoho sekte (, "Gouden Land"), gelooft dat door geloof en vertrouwen in Sziabhian  te belijden de gelovige na de dood wordt opgenomen in het "Gouden Land" alwaar Sziabhian zelf de gelovige zal helpen met de noodzakelijke training om een gunstige wedergeboorte of het eeuwige leven te bereiken. (Sziabhian was een vroege volgeling van Yrczuan die beloofde om iedereen die vertrouwen in hem beleed te redden.)

Irshanistische filosofie

"De Zes Diamanten Messen die door Duisternis Snijden", een voorbeeld van Vroeg Scholastische samenvattingen van Irshanistische principes.
Voor een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de Irshanistische filosofie, zie de Engelstalige pagina "Yrshanic philosophy".

Irshanisme is zowel een religie als een filosofische traditie (maar geen "godsdienst"). Er kunnen vijf (of zes) periodes in de geschiedenis van het Irshanisme onderscheiden worden: (1) Schriften, (2) Vroege Scholastiek, (3) Gouden Eeuwen, (4) Late Scholastiek, en (5) de moderne periode. Ontbrekend in dit lijstje zijn de "Duistere Eeuwen" waarin de Hsue uit Gorogir verdreven werden en naar zuid-oost Taratai vluchtten. De periode van de "Schriften" is de periode waarin Yrzcuan's toespraken werden opgeschreven en gecanoniseerd tot zogenaamde "Huur" . Nieuwe filosofie werd in deze periode niet ontwikkeld.

De Vroege Scholastiek kan worden gekenmerkt als een periode van systematisering, reorganisatie, en samenvatting van Yrczuan's leerstellingen, aangevuld met debatten over epistemologie (d.w.z. de aard, oorsprong en vormen van kennis). De derde periode, de Gouden Eeuwen, is de klassieke periode van de Irshanistische filosofie. Vooral metafysica bloeide op in deze periode. Vrijwel alle belangrijke ideeën van de Irshanistische filosofie - met uitzondering van die van Yrczuan zelf, natuurlijk - zijn ontwikkeld in deze periode. De periode van de Gouden Eeuwen begon met de invloedrijke filosoof Szueng Tiongmuan , meestal beschouwd als de grootste Irshanistische filosoof n Yrczuan, en eindigde met de dood van de bijna even invloedrijke Gyei Dhiirczum . De periode van de Gouden Eeuwen is ook de periode waarin het Irshanisme opsplitste in twee scholen en twee sektes (binnen één van die twee scholen). De periode na de Gouden Eeuwen was opnieuw een periode van scholastische systematisering en classificatie, maar met ook wat nieuwe ideeën met betrekking tot ethiek en esthetiek.

organisatie en praktijk

Het Irshanisme heeft geen formele organisatie. In principe is ieder klooster zelfstandig. De kloosteroverste of abt, Hyutao  of Hyuan  (beide termen zijn overigens neutraal m.b.t. geslacht), benoemt zelf zijn of haar opvolger, en er is evenmin een doctrinaire autoriteit. Om historische redenen moet elke klooster echter geaffilieerd zijn met één van de twee scholen, de Irghum school (Yr Hyum Kio ) of de Ndandai school (Ndan Dhae Kio ) - en de tweede daarvan is verdeeld in twee sektes. Er is bovendien een informele hiërarchie van kloosters, en de oversten van meer prestigieuze kloosters hebben veel meer invloed in doctrinaire kwesties dan oversten van minder prestigieuze kloosters en gewone kloosterlingen. Bovenaan de rangorde staan onder andere het complex van kloosters in/op Ngyue Ha Bhian Ngan Hyum Hyu‎ en een klein aantal kloosters in Harbhɩr (voor de Irghum school), ... (voor de Kpoho sekte) en ... (voor de Jokpin sekte). Aan het hoofd van de kloosters van Ngyue Ha Bhian Ngan Hyum Hyu staan twee oversten, één Irghum en één Ndandai, en in tegenstelling tot normale opvolgingsregels worden deze twee oversten gekozen (via een getrapte procedure) door alle andere kloosteroversten behorende tot de twee scholen.

taal

De officiële taal van het Irshanisme en lingua franca in kloosters (die vaak buitenlandse monniken hebben) is het Klassiek Hsue. Daarnaast heeft sinds de 61e eeuw ook het Ulughees een belangrijke functie gehad en de meeste Huur en andere belangrijke teksten zijn vertaald in het Ulughees.

namen van kloosterlingen

Sinds vroeg in de geschiedenis van het Irshanisme is het gebruikelijk voor kloosterlingen om een naam aan te nemen in het Klassiek Hsue. Zulke namen zien er meestal uit als een combinatie van clan/familie-naam een een gegeven (voor-) naam (zij het dat de gegeven naam na de clan/familie-naam komt). Echter, de (pseudo-) clan/familie-naam wordt gegeven door de overste van het klooster waar de kloosterling intreedt en duidt niet op enig soort lijn of verwantschap. De clan/familie-naam bestaat altijd uit slechts één karakter; de gegeven naam meestal uit één of twee, maar langere namen komen ook voor.

Bijvoorbeeld de naam van de beroemde filosoof Szueng Tiongmuan  bestaat uit zijn aangenomen clan/familie-naam Szueng , hetgeen "inkt" betekent, en zijn aangenomen (voor-) naam Tiongmuan , hetgeen "grote bergtop" betekent. Gegeven de grammaticale regels van het Klassiek Hsue zou zijn volledige naam als "grote bergtop van inkt" of "grote inktberg" gelezen kunnen worden, maar dat betekent feitelijk niks - namen zijn slechts namen, ook in geval van de namen van kloosterlingen.

kloosters, tempels, en schrijnen

Er zijn drie soorten religieuze instituten in het Irshanisme, maar hun aard, rol en functie verschillen tussen de scholen en sektes. In alle gevallen zijn kloosters het belangrijkst. In kloosters besteden kloosterlingen hun tijd aan studie, meditatie, training, en/of religieuze rituelen. Sommige kloosters zijn alleen voor mannen, sommige alleen voor vrouwen, maar veel kloosters zijn gemengd. Aan het hoofd van een klooster staat de kloosteroverste/abt hyutao  of hyuan  (de eerste term betekent specifiek kloosteroverste; de tweede kan ook de hoofdpriester van een tempel zijn). De kloosteroverste kiest zelf zijn of haar opvolger (doorgaans uit de kloosterlingen in betreffend klooster).

Terwijl kloosters allereerst bedoeld zijn voor studie en training, zijn tempels de plaatsen van religieuze diensten. Kloosters bedienen derhalve kloosterlingen (monniken en nonnen), maar tempels bedienen ook - en vooral - het gewone volk. Tempels horen bij kloosters. Alle kloosters hebben tempels op hun terrein, maar er zijn veel meer tempels dan kloosters en de meeste tempels staan ver (soms zelfs heel ver) van het klooster waar ze bij horen. De kloosteroverste benoemt de hoofdpriesters (siandae ) die de tempels beheren en verantwoordelijk zijn voor de religieuze diensten in die tempel. Doorgaans worden hoofdpriesters geselecteerd uit de kloosterlingen in betreffend klooster. De hoofdpriester benoemt vervolgens aanvullend personeel. Als de tempel ver van het klooster is woont het tempelpersoneel gewoonlijk in de tempel, en doet derhalve ook hun studie, training, enzovoorts daar, en daardoor is het verschil tussen tempels en kloosters niet altijd even duidelijk. Tot op zekere hoogte is het ook een gradueel verschil: tempels zijn meer gericht op het publiek en minder op private studie, in kloosters is het andersom.

Schrijnen zijn onbemande plaatsen van verering. Schrijnen worden beheerd door een leek schrijnwacht ( qumszueng) die wordt gekozen of op andere wijze benoemd door het dorp of de buurt waartoe de schrijn behoort (maar gewoonlijk uit kandidaten die zijn goedgekeurd door de overste van het dichtstbijzijnde klooster of de hoofdpriester van de dichtstbijzijnde tempel). De schrijnwacht is verantwoordelijk voor de organisatie van onderhoud en religieuze diensten, maar een klooster of tempel levert het personeel voor de religieuze taken in die diensten.

Veel Jokpin kloosters bedienen geen afzonderlijke tempels of schrijnen, maar hebben alleen kloosters als trainingcentra. (Vaak in afgelegen bergachtige locaties, maar ook in grotere steden.)

uiterlijk

De ingang van veel kloosters, tempels en schrijnen wordt vaak gemarkeerd met (stenen) beelden van neushoorns omdat het tweede karakter in de naam "Yrczuan",  czuan, "neushoorn" betekent. Dergelijke beelden, worden echter niet vereerd, en worden ook niet als religieuze symbolen beschouwd.

Het meest opvallende object in de meeste tempels en schrijnen is een standbeeld, maar wat voor standbeeld verschilt tussen scholen en sektes. In geval van de Kpoho sekte is het doorgaans een versierd en overdadig (en dikwijls verguld) beeld van Sziabhian . In tempels van de Irghum school (maar zelden in schrijnen) is het een beeld van Uengyei  dat compassie symboliseert. In tempels van de Jokpin sekte is het meestal een beeld van Yrczuan. Beelden van Yrczuan zijn ook te vinden de meeste andere tempels, maar zijn dan meestal kleiner en bescheidener dan de beelden van Sziabhian of Uengyei.

Irghum tempels en schrijnen vertonen verder weinig standaardisatie omdat Irghum dikwijls plaatselijke geloven opneemt. In veel gevallen hebben Irghum kloosters al bestaande schrijnen en tempels overgenomen, en continueerden Irghum kloosterlingen traditionele religieuze diensten, daar geleidelijk meer Irshanistische elementen in introducerend. Op dezelfde wijze werden geleidelijk meer Irshanistische elementen in het uiterlijk van de tempel of schrijn opgenomen, al gaat dat in geval van schrijnen vaak niet veel verder dan een paar decoratieve elementen zoals drie bloemen en het gebruik van de kleur oranje.

rituelen

Irghum rituelen zijn regionaal verschillend. In rurale gebieden die sterk zijn gericht op landbouw (en doorgaans zijn dat de gebieden waar de Irghum school het sterkst is) voeren Irghum kloosterlingen vaak vruchtbaarheidsrituelen uit die niets of weinig te maken hebben met Irshanisme, en daarnaast ook allerlei andere plaatselijke, traditionele rituelen. Het enige ritueel dat plaatsvindt in vrijwel alle Irghum tempels is een offer van drie bloemen aan een beeld van Yrczuan. (Priesters en andere kloosterlingen brengen normaal gesproken geen offers aan het (meestal) veel grotere beeld van Uenyei, maar veelal is het gebruikelijk en aangemoedigd dat leken zulke offers maken.)

Kpoho rituelen zijn gericht op het zweren van trouw en het maken van offers aan Sziabhian. Gewoonlijk zingen de volgelingen op eentonige wijzen hun geloofsbelijdenis (in de plaatselijke taal of in het Klassiek Hsue) op de maat van een grote trommel, terwijl priesters allerlei esoterische rituelen uitvoeren. De betekenis van die rituelen is geheim, maar ze lijken vooral bedoeld te zijn op het wekken van ontzag en toewijding in de gelovigen.

De Jokpin sekte voert doorgaans geen rituelen uit voor het publiek, maar er zijn gemengde Jokpin/Kpoho kloosters die Kpoho tempels beheren.

kloosterleven

In Irghum en Kpoho kloosters verdelen kloosterlingen hun tijd tussen religieuze dienstverlening aan het publiek en studie van Irshanistische doctrine. Meestal bestuderen kloosterlingen ook de doctrines en filosofie van andere scholen en sektes.

In de meeste kloosters besteden kloosterlingen ook een deel van hun tijd aan meditatie, maar er is een enorme variatie in technieken, onderwerpen en doelen van meditatie. Het doel van geen-begoocheling-meditatie, bijvoorbeeld, is de wereld te zien zoals die "werkelijk" is; geen-scheiding-meditatie is (onder andere) gericht op het vergroten van compassie; en andere meditatie-oefeningen hebben doelen variërend van het verbeteren van het concentratievermogen en of geestelijke zelfcontrole, tot het zien van Sziabhian of Yrczuan.

Meditatie speelt een veel grotere rol in kloosters van de Jokpin sekte, en in dat geval is dat vrijwel altijd meditatie gericht op geestelijke en emotionele zelfcontrole. Daarnaast besteden Jokpin kloosterlingen een groot deel van hun tijd aan het leren van allerlei zelfverdedigingstechnieken (alhoewel sommige van die technieken meer offensief dan defensief aandoen).

symbolen

Alhoewel de ingang van Irshanistische kloosters, tempels en schrijnen vaak gemarkeerd worden met beelden van neushoorns wordt de neushoorn niet als een Irshanistisch symbook beschouwd. Desondanks, als er één symbool voor het Irshanisme als geheel gekozen zou moeten worden, dan zou de neushoorn de beste kandidaat zijn, want alle andere symbolen zijn specifiek voor bepaalde scholen of sektes.

Het dominante symbool van de Irghum school is een combinatie van drie bloemen (vaak in een driehoek, maar horizontaal of verticaal komt ook voor), in verwijzing naar De Drie Bloemen van de Ware Leer. De kleur van de school is oranje, en gebouwen van de sekte worden vaak gemarkeerd met grote oranje vlaggen met drie witte bloemen.

Het voornaamste symbool van de Kpoho sekte is en gouden vlam. Goud verwijst naar het Gouden Land (Kpouhou); de vlam verwijst naar het eerste karakter in de naam "Sziabhian"",  szia,"vlam"). De kleur van de sekte is rood. Haar vlag is een gouden vlam op een rood veld.

De Jokpin sekte gebruikt meestal één enkelvoudige bloem als symbool. Gewoonlijk in blauw op een witte achtergrond.

Er bestaat ook een vlag van de Ndandai school, die de kleuren van Kpoho en Jokpin (horizontale banen wit, rood, goud, en blauw) combineert, maar die vlag wordt betrekkelijk weinig gebruikt.