Geschiedenis van Ardeim

Geopoeia
Jump to: navigation, search
En.gif

De geschiedenis van Ardeim

De Prehistorie

Archeologische vondsten tonen aan dat er pas bewoning was op het Solwes-eiland rond 500 v.C.. Waarschijnlijk waren het Keltische en Germaanse immigranten die door stammentwisten en oorlogen uit hun vaderland waren verdreven. De belangrijkste vondsten waren het dorpje nabij Buterwijlen en het paaldorp ten zuiden van Meserlost. Het land werd al spoedig overspoeld door Kelten en Germanen vanwege de ijzer- en tinvoorraden in het midden van het eiland. Alhoewel het eiland nooit is veroverd door het Romeinse Rijk, waren toch al gauw enkele invloeden, zoals het schrift en het christendom. Tussen 400 en 530 n.c. ontstonden de eerste gouwen die werden geregeerd door krijgsheren met name:

-Alfane

-Awel

-Borgelann

-Gondda

-Lehte

-Skirse

-Sudersgyp

Deze gouwen werden gevormd door stamheren die naburige stammen veroverden en onderwierpen. Alhoewel ze volstrket onafhankelijk waren van elkaar, waren er toch grote overeenkomsten tussen deze 'rijkjes'. Zo hadden ze alle zeven dezelfde taal, cultuur, godsdienst en vaak ook wetten. Over de tijd voor de Orvatische oorlogen is weinig bekend, aangezien er weinig werd opgeschreven en veel bronnen zijn vernietigd door oorlogen. Wel weten we dat er grote spanningen waren tussen de christelijke gouwheren en de aanhangers van de Cultus van de godin 'Lidana' of 'Ledone', vervolgingen waren niet ongebruikelijk. De Solwezische steden lagen vooral aan de kust en aan de grote handelsroutes, zoals rivieren. Voorbeelden zijn Pittyn (Putte), Tana (Wollegaarde), Ryge (Reig), Tyllo (Tullo) en Leheym (Loheim)

De middeleeuwen

Toen in 1250 een vijandig volk, nl. de Orvatiërs het eiland Balt bezetten en de stad Tyde (het huidige Tijdel) innam, werden de gouwheren bang dat de Orvatiërs de rest van het Solwes-eiland wouden veroveren. Op de grote Redtdage zouden de zeven gouwheren beslissen om een koning aan te duiden die het Eiland van de Zeven Gouwen kon verenigen en en leiden naar een overwinning op de Orvatiërs. Men koos Phillib van Alfane, omdat hij de grootste legers en beste generaals had. Hij stond ook bekend om zijn goede tactieken en strategische inzichten. De oorlog verliep langzaam en in het begin niet zo goed voor de Solweziërs. Meer dan de helft van het eiland werd veroverd. Maar in 1297, na 47 jaar oorlog keren de kansen in het voordeel van de Solweziërs. De Orvatiërs verliezen de slag bij Leheym en even later sterft hun koning, Leos, in mysterieuze omstandigheden. In 1299 zitten de Orvatiërs alleen nog maar op het eiland Balt, waar het allemaal begon.Het duurt nog tot 1320 voordat de Orvatiërs ook daar verdreven zijn. In 1302 beginnen de problemen: Lodwige, de kleinzoon van Phillib zit stevig op de troon en dat zint de edelen niet. Ze willen dat nu de oorlog (bijna) voorbij is, Lodwige vertrekt en de Zeven Gouwen weer vrij zijn. Sommigen droomden er zelfs van om zelf op de troon te zitten. Dit leidde tot de Eerste Opstand der Gouwen, ofwel de Burgeroorlog van Lodwige. Deze opstand (1319-1326) zou zeven jaar duren en het hele landen economisch de dieperik in sleuren. Hierna zouden er nog drie opstanden komen, en nog twee grote troontwisten. Hiervan is enkel de Opstand van Roderik van Lecht het vermelden waard. Deze burgeroorlog duurde van 1396 tot 1402 en was de laatste poging van de gouwen Lehte, Awel en Gondda om zich aan het koninklijke gezag te onttrekken. Hierbij werd onder andere de Koninklijke Hoofdstad Leheym (Loheim) belegerd en werd Tana (Wollegaarde) voor het eerst verwoest.

De Nieuwe Tijd

Na de laatst grote burgerroorlog (de Tweede Troonstrijd (1495-1503)) was het Koninkrijk Solwezië uitgeput. De meeste boeren werden gerekruteerd door het leger en daardoor ontstonden er grote voedseltekorten. Er braken ook verschillende epidemiën uit zoals: de pest, cholera en pokken. Deze ziekten waren waarschijnlijk meegebracht door Hollandse en Duitse kooplieden, die hun goederen verhandelden in havens zoals Ghillerle (Gellerlo), Soverge (Soberg) en Hughell (Huchel). Door deze kooplui floreerde de handel, en werden de voedseltekorten langzaaamaan teruggedrongen. In 1635 verleende Koning Hubreg de IVe de VOC de concessie over de tinmijnen nabij Foorne. Dit tot grote ontevredenheid van de gouwheer van Gondda. Dit betekende oorlog, en Koning Hubreg werd afgezet door opstandelingen. Dit betekende ook dat de VOC werd verboden Solwezische havens aan te doen en alle activiteiten van de VOC werden stopgezet. Nu was het menens, de VOC huurde een grote oorlogsvloot in en blokkeerde verschillende Solwezische havensteden. Hierop gingen verschillende huurlingenlegers aan land die al plunderend door het land trokken. De nieuwe koning werd ook afgezet, en de VOC installeerde zélf een regime, de Duitse prins Frederik van Meihof-Lodelingen werd de troon aangeboden, die daar dan ook gretig op inging. De hoofdstad werd verplaatst naar Rugeneim, vlakbij de door de VOC ingepalmde havenstad Gavelnaarde. Het Nederlands werd steeds belangrijker, in 1687 werd het de hoftaal, en in 1796 werd de taal uitgeroepen tot Rijkstaal. De koningen kregen steeds meer macht, en zo evolueerden ze langzaamaan tot absolute vorsten. Koning Robrecht de tweede van het huis Leginger schafte zelfs de gouwen af en veranderde ze in in hertogdommen en graafschappen. Koning Lennard de Ie van Meihof-Lodelingen verzamelde de adel rond zich in het enorme slot Broghelstant, een indrukwekkend kasteel ten noorden van Rugeneim. Door het Nederlands in te voeren als hoftaal zou Koning Frederik de IIe een nieuwe trend zetten. Het werd chique om Nederlands te spreken en de lage adel begon het meteen te doen. Ook iedere handelaar ,stedeling of ambtenaar in de zuidelijke steden moest wel een beetje Nederlands of Duits spreken, en zo begon het Nederlands aan een grote opmars.

De Nieuwste Tijd

De vele vorsten promoten het Nederlands,maar regeerden als tirannen. In 1698 wordt het prestigieuze Paleis Frederiksburg geopend in Rugeneim. De koninklijke familie verspilde zeer veel geld aan grote feesten terwijl het volk honger leed door de mislukte oogsten van 1788,1789 en 1793. In 1797 werd de VOC definitief verbannen, Solwezië was toen al omgevormd in een Europees Koninkrijk. Toen de eerste berichten van de revolutie in Frankrijk het land bereikten in 1795, nam koning Karel-Frederik de tweede strenge maatregelen, zoals een samenscholingsverbod en legerpatrouilles die patrouilleren in de straten van de grote steden. Toch waren er grote rellen in Wollegaarde, Bodegarde en Muwel in 1796, 1797 en 1798. Op 14 maart 1799 komt het tot een uitbarsting van geweld in Toernem en op 16 en 17 maart in Rugeneim, waar duizenden mensen de straat op kwamen om brood en vrijheid te eisen. 18 maart 1799 wordt een zwarte dag in de Solwezische geschiedenis, want op die dag schoot de Koninklijke Wacht meer dan honderd demonstranten dood op de Oude Markt in Rugeneim. Hierop volgden tientallen razzia's in adellijke en filosofische clubs. Tientallen republikeinen vluchtten de stad uit en in het zuiden van het land wordt de sfeer nog grimmiger, daar worden tientallen soldaten en ambtenaren gelyncht. Op 27 maart 1799 werd de republiek uitgeroepen in Wollegaarde door Johannes Lieberman,Baron Pieter Van Gelluim tot Bodeningen en Hendrik Lest. De vele protesten doen Karel-Frederik grijpen naar drastische maatregelen, zoals het belegeren van de stad Wollegaarde en het executeren van verschillende edellieden en officieren. Er zijn nog uitbarstingen van geweld in 1812, 1813 en 1816. Koning Karel-Fredrik regeert zeer streng, maar sterft in 1832 en hij wordt opgevolgd door zijn zoon, Karel-Frederik de derde. Het volk koesterde de hoop dat hij minder streng zou zijn dan zijn vader,maar dat bleek niet zo te zijn. In 1847 kwam het weer tot relletjes in Rugeneim en Loheim nadat de minister van orde en veiligheid werd doodgeschoten vlak voor zijn huis. De mensen in de straat grepen deze kans meteen aan om te protesteren. De protesten verspreidden zich over het hele land en in Bodegarde werd de Tweede Solwezische Republiek uitgeroepen. Een deel van het leger deserteerde en liep over naar de republikeinen, hierdoor evolueerde de opstand naar een grote burgeroorlog die tien jaar zou duren (1848-1858) en de grensstreek totaal zou verwoesten.

De Burgeroorlog

Het begin van de opstand

De officiële start van de burgeroorlog is 5 augustus 1848, de dag waarop de koninklijke marine de republikeinse stad Gavelnaarde bombardeert. In die tijd was Gavelnaarde een zeer belangrijke en grote havenstad, die de hoofdstad Rugeneim overschaduwde. Eigenlijk waren er al veel eerder gevechten tussen Republikeinse opstandelingen en de Koninklijke Landmacht. Ook waren er nogal veel roversbendes die in naam van de Republiek het platteland onveilig maakten. Maar op 5 augustus werd er echt de oorlog verklaard aan deze opstand. Koning Karel-Frederik de derde kondigde ook de staat van beleg af en verklaarde vele Republikeinen vogelvrij. Op 6 augustus trokken de eerste troepen het Nauw over en ze vielen de stadswallen aan van Gavelnaarde. Ze bestormden de haven en Havenpoort en rukten op naar het stadhuis dat door republikeinse sympathisanten was bezet. De strijd om Gavelnaarde zou uiteindelijk nog duren tot 11 augustus, en de stad zou daarnaa nog vele malen zich proberen te bevrijden van de royalisten. Op 8 oktober 1848 viel het Koninklijke Leger de havenstad Ewijg binnen. Dit was oorspronkelijk bedoeld om de Koninklijke Kazerne en Marinebasis die daar gevestigd zijn te ontzetten, want Republikeinse rebellen hadden de stad in handen en belegerden het fort al 2 maanden. Hierna zouden al snel de steden Toernem en Tochello vallen. De val van Toernem op 26 november 1848 was een groot verlies voor de opstand in het westen. Hierna rukte het Royalistische leger onder leiding van de Hertog van Benzingen en de Markies van Luttel, op naar Bodegarde, de stad waar de Tweede Solwezische Republiek werd uitgeroepen. De strijd rond de stad duurde vele dagen en pas op 2 januari 1849 gaf de stad zich over. Het Koninklijke leger splitste zich hier op, de Hertog van Benzingen ging naar het zuiden om het koningsgezinde Wolgt te bevrijden en de Markies van Luttel ging naar het noorden, om de stad Laagweel te belegeren, wat tot 1853 zou duren.

De oorlog verplaatst zich

In het oosten verging de opstand iets gemakkelijker. De revolutionaire brandhaarden situeren zich vooral rondom Wollegaarde, Blarden, Loheim en Gavelnaarde. Deze steden zouden nog lang blijven vechten voor de Revolutionaire zaak. Verder was het eerder een gevecht om neutrale steden zoals Muwel of Muidegaard, en de Royalisten die oprukten naar het zuidoosten. In maart 1850 zouden de eerste royalisitische groeperingen de stad Blarden proberen te bestormen, maar dit mislukte. Blarden zou jarenlang republikeins blijven net als Wollegaarde. Het Koningsgezinde leger zou in de zomer van 1850 ontschepen in het koningsgezinde Reig om vandaar verder landinwaarts te trekken en Loheim te veroveren. De Slag om Loheim op 17 en 18 september was niet meer dan een soort hinderlaag, maar zou nog lang in Ardeim worden opgeklopt tot een soort 'heldendaad' al was het door een republikeinsgezinde bende die het land rond Loheim terroriseerde. De stedelingen haatten deze bende maar waren toch zeer republikeins. In 1851 bereikte de oorlog een impasse, grote delen van het westen en het nooden van het land waren in handen van de koning, net zoals de steden Loheim en Gavelnaarde, maar Wollegaarde, Blarden bleven zich verzetten tegen de monarchie en zijn regering en republikeinen belegerden het royalisitsche Wolgt en Monzel, terwijl de Landmacht Laagweel maar niet kon innnemen, de stad werd vanover zee bevoorraad. De oorlog zou zich in 1852 vooral concentreren in het zuidoosten van het land, nadat de Hertog van Benzingen verpletterend werd verslagen door Republikeinse milities bij Voldem. Hij vluchtte per schip naar Rugeneim waar hij werd gedegradeerd. de zomer van 1852: Bodegarde, Toernem, Putte, Monzel, Reig, Gavelnaarde en Loheim zijn in handen van de Koninklijke Landmacht, maar ze lijden zware verliezen en onder de adel in Rugeneim klinkt gemor doordat hun privileges (geen belastingen) worden afgeschaft om meer geld in de Koninklijke schatkist te krijgen.

De Republikeinen organiseren zich

Op 5 september 1852 vergaderen verschillende republikeinse leiders in Wollegaarde, ze richten het Republikeins Comittee op en roepen alle milities en bendes op om zich achter hun vlag te scharen, wat redelijk goed lukt. Het comittee haar eerste succes was de herovering van Bodegarde op 25 November en het afslaan van het Novemberoffensief van de Koninklijke Landmacht in de buurt van Blarden en Muwel. De Republikeinen verliezen daarentegen wel hun laatste opstand in Gavelnaarde en de belangrijke havenstad Huchel wordt ingenomen door het royalisitsche leger. Het Republikeins Comittee verhuist naar Bodegarde en Slaagt erin om begin mei 1853 de stad Laagweel te ontzetten. Een deel van het Royalistische leger is nu omsingeld in het noordelijke schiereiland (de streek rond Monzel) en slechts een deel kan geëvacueerd worden. In januari van 1854 begint het Koninklijk Leger een nieuw offensief en het slaagt er bijna in om Bodegarde te omsingelen en door te stoten naar Hertogswilt. Ze kunnen wel Wolgt weer innemen, al wordt de stad in augustus weer ingenomen door de Republiek. Het Republikeins Comitte schendt de neutralitiet van Putte door de stad aan te vallen en kan zo een corridor vormen tussen Bodegarde en Wollegaarde; het is een zware klap voor de koning en de adel wordt steeds opstandiger. Aan beide zijden zijn er veel bloedvergieten en tienduizenden burgers laten alles achter en slaan op de vlucht voor het geweld, de economie -die het al niet zo goed deed, werd compleet geruïneerd en vele roversbendes maakten van de chaos gebruik om hun slag te slaan en vele dorpen te beroven en plat te branden.

Een rampjaar

1855 is een echt rapmjaar voor de opstandelingen, maar de koning krijgt weer moed en het vertrouwen van de adel. Tussen 3 en 28 februari 1855 slaagt de Koninklijke Landmacht erin om de steden Muidegaard, Muwel en Huchel in te nemen en de Koninklijke Marine slaagt erin om de aanvoerlijnen naar de Republikeinse steden vanuit Burghteland en Schellingen door te snijden. Het Koniinklijk Leger landt op 26 april op Dulst en op 8 mei op Schierse (de streek rond Monzel). Het RC (Republikeins Comitte) reageert niet snel genoeg en ziet Monzel verloren gaan. Daardoor krijgt ze te maken met muiterij en opstanden, maar ook door de dictatoriale houding van het RC. In Putte en Nolben verklaart de Stadsraad zich neutraal, en in Blarden is er een anti-comittee opstand. Die wordt pas in oktober neergeslagen. Ondertussen staat het er voor de opstandelingen steeds slechter voor aan het oostfront, en ook Soberg valt in Royalistische handen. Het RC lijdt ook gezichtsverlies na een mislukte aanval op Toernem en moet zich daarna vooral concentreren op de strijd rond Monzel en het orde op zaken stellen in Putte. Zonder Putte wordt het Repbulikeinse gebied in tweeën geknipt en is het oosten verloren.

Het zuidoosten valt in royalistische handen

Wat de opstandelingen vrezen gebeurt op 6 maart 1856, Putte valt en Blarden en Wollegaarde, de laatste twee republikeinse steden in het oosten, zijn verloren. Wollegaarde wordt nog 7 maanden belegerd en volledig in puin geschoten alvorens zich op 2 oktober 1856 over te geven, Blarden houdt het nog vol to 20 januari 1857. Ondertussen wordt er fel gevochten rond Toernem en Putte, beide steden worden dan ook bijna volledig verwoest, net als tientallen dorpen in de buurt. Terwijl het front verschuift organiseert het RC zich steeds beter, op 1 mei 1856 geeft ze haar eigen geld uit (de Vrije Mark), organiseer haar eigen belastingssysteem (vooral invoer- en uitvoeraccijnzen) en schrijft het een (voorlopig) wetboek. Ook wordt er een Republikeinse politiemacht opgericht die korte metten maakt met de roversbendes. Het RC wint weer aan populariteit en Monzel wordt definitief van de Republiek in juni 1856. Hierna gaat de strijd vooral om Putte en Soberg. Op 4 november 1856 valt Toernem, op 9 februari 1857 Tochello, Hierop volgt een maandenlange stellingenoorlog, de frontlijn beweegt nauwelijks. Op 15 augustus 1857 landt het leger van het RC op Dulst, en op 30 augustus valt Numein, de oorlog in het westen is bijna voorbij.

De wapenstilstand

De oorlog eindigde uiteindelijk op 21 maart, toen de royalistische fort in de haven van Ewijg terug werd heroverd op de het Koninklijke Leger. Op 6 april 1858 tekent Alber Ulmendaal van het Vrije Leger van de Tweede Solwezische Republiek samen met Graaf Frederik van Solmenhof de wapenstilstand, men was al enkele dagen voordien gestopt met vechten.Er vond een soort uitruil plaats van bezette gebieden: Soberg en Gellerlo tegen Balt en de streek rond Nedergem. Het Solwes-eiland was 10 jaar lang in burgeroorlog, die 10 jaar ruïneerde de economie, zorgden voor een hongersnood die tot 1860 zou duren, verdreef meer dan een miljoen mensen uit hun huizen, en kostte het leven aan honderdduizenden mannne, vrouwen en kinderen; De schattingen lopen uitteen tussen de 200 000 en de 500 000 doden. Het was geen oorlog zoals men in die tijd gewend was, er werd massaal gebruik gemaakt van kanonnen en echte veldslagen kende men niet, het was meer een soort guerilla-oorlog. Het was de grootste tragedie die het eiland zou overkomen.

Na de Burgeroorlog

Op 17 augustus 1858 werd er een wapenstilstand afgekondigd, waarbij er een (voorlopige) grens werd vastgelegd, namelijk de huidige grens tussen de Republiek Ardeim en het Koninkrijk Solwezië. Bodegarde werd tot (voorlopige) hoofdstad gekozen en er werd een nieuwe vlag gemaakt. In 1860 besliste het Republikeins Comitté dat het land zich moest onderscheiden van het 'Royalistische' Solwezië, dus werd de kersverse republiek omgedoopt in de Republiek Ardeim, naar de Duitse naam van het eiland. Het zou nog tot 1875 duren voordat er officieel vrede werd gesloten tussen beide landen ( de Jan Karel-Meldthover vrede) en nog tot 1889 voordat de betrekkingen tussen beide landen normaliseerden. Het land was arm en uitgeput door de oorlog. Daarom besliste de regering om het land in een sneltempo te industrialiseren en de mijnbouw te promoten. De eerst spoorlijn (tussen Bodegarde en Achtelen) werd aangelegd in 1861, waarna er nog vele volgden. De eerst democratische verkiezingen vonden pas plaats op 8 juli 1869 en ging tussen Hubert Melthover van de Pacificationistische Partij (PP), en Louis-Hendrik Rodenaerde van de Republikeinse Partij (RP) en de eerstgenoemde won. De PP viel al in 1877 uit elkaar in de REformatie Partij (REP), de GrondWet Partij (GWP) en de Christelijke Partij (CP). Het algemeen stemrecht werd ingevoerd in 1856 en uitgevoerd in 1869, het vrouwenstemrecht in 1907. In Ardeim sluit de laatste school waar men les gaf in het Solwezisch in 1875. Ardeim kiest de kant van de Boeren in de Boerenoorlog, waardoor er spanningen ontstaan met Solwezië en Groot-Brittanië. De Ardeimse economie groeide in een sneltempo en de handel met Tholenië, Schellingen en Burghteland floreerde. Ook de handel met Canada en de VS nam toe, maar niet zo snel als met de andere landen. De Eerste Wereldoorlog werd scherp veroordeeld door de Ardeimse regering en de wapenexport werd verboden naar landen die deelnamen. Dit ruïneerde net als in Solwezië bijna de gehele staalsector van het land en de wapenindustrie heeft nooit meer een vestiging in Ardeim geopend. Doordat er minder handel was met Amerika voelde men de beurscrash veel later dan in buurland Solwezië. De crisis werd hier aangepakt met enkele megalomane bouwprojecten in de hoofdstad zoals de Esplanadelaan en het Nationaal Hoofdcommisariaat en door een grote spoorbrug over de Aldermond en het Zuiderdiep. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het land strikt neutraal, hierdoor stokte de handel, eerst met Groot-Brittanië en daarna met Amerika. De VS boycotten het land en verdachten het Ardeimse regime ervan Nazi-sympathiën the hebben. Hierdoor werd de relatie met Solwezië gespannen en er dreigde zelfs een inval vanuit Solwezië. Dit werd gelukkig vermeden na veel onderhandelingen. Dit resulteerde in de aansluiting van Ardeim bij de geallieerden en in de vorming van een noodregering van nationale eenheid. De verdenkingen van de Amerikaanse en Solwezische bleken onterecht. De toenmalige regering verafschuwde het Nazi-regime, maar het verafschuwde ook de oorlog.

Heden

Na de oorlog probeerde Ardeim zijn handelsrelaties met Europa en de VS te herstellen, maar vooral met de VS was er een vertrouwensbreuk. Ardeim zocht hierna vooral contact met landen als Oostenrijk, Zweden en Finland. De relaties met Solwezië werden na de oorlog steeds beter, en in 1978 werd er een douane-unie geopend voor vrij verkeer tussen beide landen. De relaties met de VS en de NAVO-landen bekoelden doordat het land strikt neutraal bleef. Zo veroordeelde het land Israël en de Suez-crisis. Na de val van de Berlijnse Muur werden de relaties met de NAVO steeds beter. Het land was een van de eerste die op de digitale trein sprong en het land doorstond de 'dotcom'-zeepbel redelijk goed. Ardeim werd zwaar getroffen door de financiële crisis en de grootste bank ging failliet door de vele financiële betrekkingen met Amerika. zo viel de regering van de HGP in 2009 nadat ze bleven volhouden dat er geen enkele bank zou worden genationaliseerd. Toch moest Creditta, de grootste bank van het land genationaliseerd worden en de regering nam ontslag op 12 februari 2009. Op 24 augustus werden er vervroegde verkiezingen gehouden die verpletterend werden gewonnen door de SU.

1985 NVDR 1987 NVDR 1990 NVDR 1994 NVDR 1998 NVDR 1999 NVDR 2003 NVDR 2007 NVDR 2009 NVDR 2013 NVDR 2014 NVDR 2018 NVDR
/181 /181 /181 /181 /125 /125 /125 /125 /125 /125 /125 /125
PDR 59 PDR 51 DSP 45 DSP 70 DSP 36 DSP 36 SU 40 PHR 38 SU 52 SU 45 SU 41 GWP 39
PVPA 39 DSP 38 PHR 39 PHR 34 PHR 35 PHR 31 PHR 35 SU 36 LD 30 LD 36 GWP 33 SU 27
DSP 29 PVPA 24 LAP 27 LAP 26 GWP 18 LAP 16 HP 21 HP 19 GWP 18 GWP 20 LD 32 LD 25
HP 20 LAP 24 HP 22 HP 18 HP 15 HP 16 GWP 16 GWP 15 HP 14 HP 10 HP 11 HP 17
LAP 19 HP 20 GWP 19 GWP 15 LAP 12 GWP 12 LAP 13 LAP 9 GRP 11 LAP 7 LEF 8 LEF 10
CPA 17 CPA 18 VCP 14 GRP 7 ALIDEM 9 GRP 7 GRP 8 ERA-GRP 7 SvA-PRO 7
GWP 16 GRP 9 ALIDEM 7 ALIDEM 7
ALIDEM 5 VCP 4
ACP 3
NVDR 125
5%
Voorhof II Voorhof III Vansale I De Mol II Leyers I Dendoel I Dendoel II Uitmeers I Halsten I Halsten II Aussens I
Strydemans I Vansale II Vandelaren I
Strydemans II De Mol I