Asjha: 7452.1

Geopoeia
Jump to: navigation, search
Asjhakop.png
1 buutŭnd — hĕĕrj 7452
nummer 1 — voorjaar 7452


’s Konings soldaten betrappen smokkelende schavuiten op heterdaad

Qappovqŏdruusĕ basals kĭtjnamotjrĕs herrena fonjdta dvaqjdĕsjte qŏds
Toqturmet, 16 aarjdtqom 3862 – In de vergane week hebben Zijner Majesteit soldaten in de baai ten noorden van de stad op heterdaad twee scheepjes betrapt, waarvan de inzittenden op clandestiene wijze geestverruimende middelen trachtten in te voeren in het Koninkrijk. De bevelhebber liet weten, dat dertien personen van waarschijnlijk Sdacudojaansche of Taraturse komaf in Toqturmet in het gevang zijn gezet en dat de aard der wederrechtelijk ingevoerd wordende middelen zal worden onderzocht. De Sdacudojanen zegden de middelen te Avalgo van een Bandiet gekocht hebben, en thans zijn deze hier aangekomen om de middelen te verkopen. Op last van Zijner Majesteit dienen echter buitenlandse waren belast te worden, wanneer zij in Sambekistan worden ingevoerd, ten einde ons Land de inheemse waardschap beschermen en de nog immer aanwezige nadelige gevolgen van de drieëntwintig jaar geleden afgelopen Grote Oorlogen te boven komen kan. Vermits er echter lieden zijn, die zich niet aan de wet wensen te houden of deze na te volgen, heeft Zijne Majesteit zijn schepen en manschappen ingezet, om de kusten te bewaken en vreemdelingen aan hun tanden te voelen, die zonder toestemming het grondgebied van het Koninkrijk pogen te betreden om alhier hun waar aan de man te brengen.

Kozijn Kiliqik Putãxpylyk uitverkoren tot volgende Karabijn

Nosi lĕnd buumjeqtsĕ tăs Qŏsiinjs Qeleqveq Putăsjpiliqă mĕ-bu seqwi Kărăbiinjs
Huurj-Qott, 10 jqldrĕdtqom 3862 – In een plechtige ceremonie hebben heden uit hun midden de Kozijnen de opvolger uitverkoren van de huidige Karabijn Koptutapek in de persoon van de eerwaarde Kiliqik Putãxpylyk, die op 1 jdrĕdtqom het leiderschap der Deukistische Kerk onder de naam Kiliqik IV zal aanvaarden. De uit een familie van kippenhouders te Possaqyknyxylewpeqatykkinansepely afkomstige tempelvaar oogde zeer vereerd doch bescheiden met zijn uitverkiezing. Onder zijn leiding is het onwaarschijnlijk enige wijziging in het bestuur van de Kerk te zullen kunnen waarnemen. Net als Koptutapek is Kiliqik voorstander van een vriendschappelijke oplossing van het geschil tussen de twee partijen, die het reeds enige jaren niet eens kunnen worden over de weg die de Kerk zou moeten inslaan: de ene groepering staat onder leiding van den voormalige Karabijn Ukuapkek II (7446 – 7449), de andere onder die van de Nisurische tempelvaar Ŏruuqj Qeq. De verwachting is derhalve, dat Kiliqik IV het op spiritualiteit gevestigde beleid van zijn voorganger voort zal zetten.

Karabijn Kiliqik IV op ramkoers met Orde van Nĕĭvel

Kărăbiinjs Qeleqveq IV Putăsjpiliqă h paqjbo arsali q Qăbbsĕ Nĕĭvel
Huurj-Qott, 8 jdrĕdtqom 3862 - Karabijn Kiliqik IV heeft het behaagd kond te geven dat de zogenoemde Orde van Nĕĭvel vanaf heden door de Erdeukistische Kerk beschouwd wordt als een misdadige bende en heeft daartoe een zogeheten Watã uitgesproken, wat betekent dat leden van de Orde van Nĕĭvel vogelvrij zijn voor eenieder die gehoor geeft aan de Watã van de Karabijn. Aanleiding zijn uitgelekte plannen van de Orde die gericht zijn tegen vertegenwoordigers van andere godsdiensten in Sambekistan; zonnepriesters, kloosteroversten en andere religieuze leiders, maar ook ambassadeurs uit vreemde landen die een sterke band met hun inheemse religieuze hiërarchie hebben. Deze trachten volgens de Orde van Nĕĭvel de Koninklijke Familie in te palmen en aldus buitenlandse potentaten de macht in Sambekistan proberen te laten overnemen. De Karabijn is het duidelijk niet eens met deze visie en ziet in de plannen van de Orde een poging de Erdeukistische macht te ondermijnen. Koning-Stadhouder Suqolik, Prins van de Eerste Tak van Nunat en afstammeling van Koning Kalalit VII en van Koning Koning Kalalit V, liet weten dat hij zich niet inmengt in religieuze kwesties, maar dat de veiligheid van buitenlandse vertegenwoordigers gegarandeerd dient te worden, zolang Sambekistan met hun respectievelijke naties op voet van vrede verkeert. Een zegsman van de Orde van Nĕĭvel verklaarde dat de Orde de Deukistische Leer volgt en derhalve de Karabijn noch diens Watãs erkent.

Prins Putuconyk verklaart Kolpertins Pets tot Persona non Grata

Qebjdes Puutjqĭniq Boqqa hermĕĕnj Kolpertins Pets bu Qeem-buhŏdj Avuonj
Qĭqaotj / Kykawc, 17 jdrĕdtqom 3862 - Prins Putuconyk, Prins van de Eerste Tak van Nunat en afstammeling van Zijne Majesteit de Koning en van Koning Kalalit V, heeft het behaagd te openbaren, dat de Karandese huichelaar en bedrieger Kolpertins Pets vanaf heden en thans niet welkom is in het Koninkrijk Sambekistan en dat deze oplichter, indien hij toch voet aan Sambekistaanse wal zou zetten, aangehouden en in het gevang zal verdwijnen. De reden voor de maatregel is niet bekend gegeven, maar tongen in en rondom het paleis beweren dat de Prins onlangs in de havenstad Atolin, waar Pets een graag geziene gast is, een "aanzienlijk bedrag" verloren zou hebben en hem financieel behoeftig heeft achtergelaten; ook zou een kostbaar schilderij, de "Verlegen Olilywysy Met Een Bos Hout Voor De Deur" (Paqaxililywysy akxeni Cyppyktulĩsojquktyklejset) van de schilder Ukukpep Lemplãty Lyny, dat al ettelijke generaties in handen van de Koninklijke Familie was, in Pets' handen zijn overgegaan. De koninklijke familie kennende zijn de liquide middelen van de Prins inmiddels weer aangevuld, en de Koning ('s Prinsen grootvader) en de Koning-Stadhouder zullen niet vermaakt geweest zijn door deze onvoorziene uitgave, te meer daar de Koning-Stadhouder buiten de hoofdstad al enige jaren een kostelijk paleis aan het aanleggen is, maar het verlies van het schilderij zal als een groter euvel beschouwd worden.

Harder optreden Kantongraaf van Pala tegen roversbendes gewenst

Buhŏdjă jŭeqŏd bu jrooqwtaes r Meqtărerĕ Sŏqjtorjnĕlisĕ Băssejŏŏr zq hŭŭrhquura hoqwj qropjtoqar
Palacissewteteneki, 23 jdrĕdtqom 3862 - Middels een Brief van Urgentie heeft Koning-Stadhouder Suqolik, Prins van de Eerste Tak van Nunat en afstammeling van Koning Kalalit VII en van Koning Koning Kalalit V, de Kantongraaf van Pala, Graaf Srŏŏ Wĭggj, opgedragen strenger op te treden tegen roversbendes die zijn Kanton teisteren. Sinds enkele jaren is het aantal aanvallen door roversbendes in Pala vel over been toegenomen. Een overval vorige maand op een geldtransport van juist geïnde belastingen, waarbij alle betrokkenen lafhartig vermoord werden, was voor de Koning-Stadhouder de maat die de emmer deed overlopen. De leden van de roversbendes lijken vooral uit vooral uit inheemse Yoğoren en halfbloeden te bestaan, die het vooralsnog vooral op rijke Wacamakalit lijken te hebben voorzien. De Kantongraaf, zelf een Sambeek die van overheidswege in Pala in die functie werd aangesteld, heeft de aanvallen tot nu toe gebagatelliseerd, wat hem niet populair heeft gemaakt onder het Wacamakalit-deel van de bevolking. Thans zijn echter 's Kantongraven troepen doende zich voor te bereiden op acties in de wijde omgeving; een operatie die "Bu Qĕnjz Hteesmli!" ('Voor Groot Recht') genoemd wordt. Hun strijdkreet "Ajbabtŭ!" kan reeds van verre worden gehoord.